Historie

Middeleeuwen

In de twaalfde eeuw werd op last van bisschop Godebald het moeras ten oosten van de stad Utrecht ontgonnen. Monniken uit de abdij te Oostbroek legden dijkjes aan en groeven haaks daarop sloten op gelijke afstand van elkaar. De Ezelsdijk, die ongeveer langs de Kardinaal De Jongweg en de Huizingalaan naar Oostbroek liep, was zo’n ontginningsdijk. Zo ontstond in de driehoek Groenekan – De Bilt – Utrecht de Voorveldse polder (niet te verwarren met het veel kleinere park van tegenwoordig). Het slagenlandschap met zijn gelijkvormige weilanden is in dit gebied nog overal herkenbaar. In het park is het wilgenveld er ook een rest van.Tegelijk met de ontginning breidde de bebouwing zich uit buiten de stadsmuren langs de Biltstraat naar het oosten. Daaruit groeide de voorstad Wittevrouwen. Zij had een eigen buitenpoort, de Gildpoort, ter hoogte van de Museumbrug. Nog verder naar het oosten lag, ongeveer op de plaats van restaurant De Beerenkuil, het Melatenhuis. Dat was een verblijfplaats voor leprozen, die vanwege hun besmettelijke ziekte niet in de stad mochten wonen.

Negentiende eeuw

Een heel belangrijke stap in de geschiedenis van het park is de aanleg van de Nieuwe Hollandse waterlinie. Door een vijf kilometer brede strook land van Loevestein tot Pampus onder water te zetten kon het westen van het land ermee worden verdedigd. Nu zijn vooral de forten nog over, die op strategische punten in de linie werden gebouwd. Het fort De Bilt (1816-1819) moest de oostelijke toegangsweg naar Utrecht blokkeren en verrees daarom midden op de Biltsestraatweg. De weg zelf en de Biltse Grift werden omgelegd langs de zuidkant van het fort waar nu de Offerhausweg is. Voor het fietsverkeer werd een pad aangelegd langs de noordzijde. Pas in 1930 werd de oude situatie hersteld. Sindsdien zijn er twee halve forten, gescheiden door de Biltsestraatweg. Het noordelijk deel is tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter gebruikt om verzetstrijders te fusilleren. Een monument en een jaarlijkse herdenking herinneren daar aan.

Twintigste eeuw

Voor de forten was een vrij schootsveld vereist. Daarom mocht in hun buurt niet in steen worden gebouwd. De houten huizen langs de Biltsestraatweg (nrs. 102 en 108) zijn het gevolg van deze maatregel die pas in 1947 is opgeheven. Sindsdien is het traditionele beeld van de Voorveldse polder als een weidegebied met hier en daar een militair fort, snel veranderd. De stad rukte op met woonwijken als Tuindorp-Oost en Voordorp en grote wegen als de Sartreweg, De Biltse Rading en de A27 werden aangelegd. In het vierkant dat deze wegen samen met de Biltsestraatweg vormen, ligt het park. Voor de oorlog lagen aan de stadskant langs de fortgracht al de MIT(Match-Ice-Tennis)-tennisbanen. Die maakten in de jaren zeventig geleidelijk plaats voor een bowlingbaan en hotel Mitland. In diezelfde tijd werd het gebied ingericht als een recreatiepark. Het bood tussen zijn waterlopen en groen plaats aan twee maneges, een voetbalclub, een camping en een tennisvereniging. In de jaren negentig wekte het plan om Mitland uit te breiden met een hoteltoren verzet op bij de buurtbewoners. Uit het overleg dat volgde, is het huidige, laag gebouwde en ecologisch beheerde hotel voortgekomen. De actievoerders die elkaar in de zorg voor het groen hadden gevonden, hebben zich in 2004 verenigd in de Stichting Voorveldse polder.

Op deze link vind u een presentatie met historische foto’s